Verkrijgbaarheid

In november 2005 kwam een herziene 2de druk van 'De Kunst van het Pianospel' van de drukpers; in 2009 de 3de druk.

In elk geval zult u deze uitgave bij AB Music Productions kunnen verkrijgen. U kunt hieronder een bestelbon in PDF-formaat oproepen die u kunt gebruiken om het boek te bestellen.

bestelbon (pdf)

Contactinformatie:

AB Music Prod. & Ed., Tarwekamp 35
2592 XG Den Haag
tel./fax 070-3839510

www.albertbrussee.nl

Email: albert.brussee [at] planet.nl

Eindredactie en lay-out: Albert Brussee, Christo Lelie
Notenvoorbeelden en retouchering fotomateriaal: Ben Smits
Drukwerk: Pallas Offset - Den Haag
Distributie: Poeltuin BV - Hillegom
ISBN: 90-808920-1-7
Prijs: € 28,50 (adviesprijs)
224 blz., full colour cover, genaaid/gebrocheerd

Cornelius Berkhout: De Kunst van het Pianospel

Cornelius Berkhout: De Kunst van het Pianospel

Naar het typoscript geredigeerd en geannoteerd door Ben Smits en Albert Brussee
Met een Voorwoord van Martin Kloos en Jan Wijn
Onder auspiciën en met financiële steun van EPTA-Nederland uitgegeven bij AB Music Prod. & Ed, Den Haag (2004)

Cornelius Berkhout (1892-1958) werd te Rotterdam geboren. Na pianolessen bij een zekere Douwe Owens werd hij als één der weinigen door de grote pianist Dirk Schäfer als leerling aangenomen; onder diens hoede ontwikkelde hij zich tot een pianist, die van 1915 tot aan de vooravond van de Tweede Wereldoorlog de aandacht op zich vestigde door ambachtelijke perfectie, interpretatieve diepgang en vooruitstrevende programmering. Reeds in 1921 als docent aangetrokken door het in dat jaar opgerichte Muzieklyceum te Amsterdam, stapte hij in 1942 over naar het Amsterdams Conservatorium, waaraan hij tot in het jaar van zijn dood verbonden bleef. Een kleine veertig jaar was Cornelius Berkhout dus als pedagoog op hoog niveau actief en verwierf als zodanig landelijke bekendheid.

Woonachtig aan de Prinsengracht was zijn Studio 1011 een geliefde ontmoetingsplaats van kunstenaars van verschillende discipline, die er regelmatig concerten en lezingen gaven. Ook zijn leerlingen, waaronder velen naam maakten als pianist en/of pedagoog, traden daar regelmatig op.

De Kunst van het Pianospel mag beschouwd worden als Berkhouts artistieke en pedagogische testament. Hoewel enkele hoofdzaken van zijn visie op kunst en pianospel al waren verwoord in een in juli 1931 geschreven recensie van een Chopin-recital door Alfred Cortot in de Kleine Zaal van het Concertgebouw te Amsterdam, dateert deze pianomethode in hoofdzaak uit de jaren vijftig van de vorige eeuw. Zij werd dus geschreven door een ervaren pedagoog, die kon bogen op een door de jaren heen gerijpt oordeel.

Bij het redigeren is als uitgangspunt gehanteerd, dat Berkhouts dichterlijk-archaïsche stijl zo zuiver mogelijk behouden diende te blijven. Wel werd de tekst waar nodig licht geretoucheerd, maar van modernisering van het taalgebruik is afgezien. Om de lezer een helpende hand te bieden werd echter in een tamelijk uitvoerig bestand van eindnoten de hoofdtekst begeleid door opmerkingen van tekstkritische aard en het geven van achtergrondinformatie. Op deze wijze is getracht deze nagelaten klaviermethode enerzijds als 'historisch document' onaangetast voor de toekomst te bewaren, anderzijds de praktische bruikbaarheid ervan te vergroten.

Zoals de ondertitel 'De uitbeelding der techniek en de techniek der uitbeelding' aangeeft, valt de De Kunst van het Pianospel in twee gedeelten uiteen. In het eerste, langere gedeelte wordt de 'kunst van het pianospel' in technische zin behandeld; in het tweede gedeelte staat de interpretatie, het geestelijk-artistieke element centraal. Beide gedeelten worden voorafgegaan door het hoofdstuk 'Oriëntering', waarin de geschiedenis van de klaviermethodiek in vogelvlucht wordt geschetst.

Na enkele hoofdstukken van algemeen-technische aard, waarin begrippen als 'spierspanning', 'fixatie' en 'ontspanning' worden gedefinieerd, behandelen Hoofdstuk IV tot en met XIII ieder een onderdeel der klaviertechniek, beginnend bij eenvoudige vijfvingeroefeningen, toonladderspel en gebroken akkoorden en eindigend met moeilijkere speelfiguren als tertsen, sexten, octaven, vaste drieklanken en glissandi. Opvallend hierbij is, dat Berkhout naast een grondige analyse van de speelbewegingen in fysieke zin altijd voorbeelden geeft uit de klavierliteratuur en aldus van meet af aan het louter technische verbindt met de muzikale klankvoorstelling.

Na een samenvatting, waarin tevens een korte karakteristiek van de stijl van enkele belangrijke componisten van klaviermuziek wordt gegeven, volgt het tweede deel, de 'techniek der uitbeelding', waarin diep wordt ingegaan op begrippen als 'kunstenaarschap', 'interpretatie' en 'artistieke integriteit'. Met het hoofdstuk 'Ondine' geeft de schrijver een voorbeeld, hoe een pianist, nauwgezet vanuit de partituur werkend, tot een boeiende verklanking van Debussy's Prelude kan komen, hoe zijn realisatie in pianistische zin als het ware geboren wordt uit de klankvoorstelling en de geestelijke conceptie. Met name dit laatste gedeelte, waarin Berkhout uitstekend op de hoogte blijkt te zijn van filosofische geschriften uit heden en verleden - het boek opent met een citaat uit de Prophet van de Libanees-Amerikaanse filosoof Kahlil Gibran en eindigt met een gedeelte uit de Phaidros van Plato! - is vrijwel enig in zijn soort; er zijn in het verleden maar weinig pianomethoden geschreven die de 'act' van het pianospelen zo hecht wisten te funderen op geestelijk-filosofische grondslag.

Het geheel wordt ingeleid door een Voorwoord van één der groten in het veld der pianomethodiek, Martin Kloos, die decennia lang muziekstudenten doceerde in de vakken algemene pedagogie, psychologie, pianomethodiek en historische ontwikkeling. Zijn Voorwoord wordt gevolgd door een vlot geschreven Ten Geleide van Jan Wijn, die daarin herinneringen aan zijn leraar ophaalt en hem daarbij levensecht typeert.

Het boek wordt besloten met vier Appendices. Allereerst de al vermelde, nog niet eerder gepubliceerde recensie van het Chopin-recital door Alfred Cortot van de hand van Berkhout zelf, waarin de pas bij Dirk Schäfer afgestudeerde jonge pianist zich heftig teleurgesteld toont zo weinig van de hooggestemde idealen van zijn mentor in de interpretaties van de beroemde Fransman terug te vinden. Vervolgens leest men een korte, met veel foto's geïllustreerde levensbeschrijving van Berkhout door Ben Smits. Een reeds in het Piano Bulletin van EPTA-Nederland gepubliceerde, maar nog wat uitgebreide en verbeterde studie van Albert Brussee over de plaats van De Kunst van het Pianospel in het geheel der Nederlandse pianomethodiek volgt, waarna nog een enkel woord wordt gewijd aan de roerige 'Editions-geschichte' van deze methode, die beschouwd mag worden als een welkome aanvulling op de niet bijster talrijke geschriften over pianospel van Nederlandse bodem.