Congres 17 en 18 november 2007: Programma
Korte weergave:
Zaterdag
10.00 - 11.00 Aankomst, inchecken, koffie
11.00 - 12.15 Willem Tanke / The Art of Doing Nothing (improvisatie en compositie)
12.15 - 13.40 Lunchpauze
13.40 - 14.55 Lesmethodes (Yamaha Keys 4 Music, en werkgroep Beginnersmethoden)
14.55 - 15.10 Korte Pauze
15.10 - 16.25 Frank van de Laar / Parels van zelfcensuur: de Lieder ohne Worte van Mendelssohn
16.25 - 17.00 Theepauze
17.00 - 18.15 Algemene Ledenvergadering
18.15 - 20.00 Diner
20.00 - 22.00 Dorothee Wortelboer/ Hoe snel is een gigue? - een kleine, praktische exploratie van dansvormen in de 18e eeuw.
Zondag
10.00 - 11.00 Albert Brussee / Een onbekende klaviersonate van C.P.E. Bach
11.00 - 11.35 Koffiepauze
11.35 - 12.45 Geert Dhondt / "Klank zoekt Beeld Hoe beeldende kunst de pianist van dienst kan zijn
12.45 - 14.05 Lunchpauze
14.05 - 15.15 Marijk Greweldinger / Kunnen we nu dan beginnen!! (de pre- instrumentale fase)
15.15 - 15.50 Theepauze
15.50 - 17.00 Marcel Worms / 'Música Callada' van Federico Mompou: een muzikale wereld van magie en verstilling
Zaterdag 17 november 2007
10.00 - 11.00 Aankomst, inchecken, koffie
11.00 - 12.15 Willem Tanke
The Art of Doing Nothing
Als organist bracht Willem Tanke CD's uit met werken van Olivier Messiaen, Max Reger, Jan Welmers, Ton Bruynel, Roderik de Man, improvisaties en eigen composities. Als improviserend pianist trad hij op in het TV-programma 'Vrije Geluiden'.
The Art of Doing Nothing is de naam van een onderzoek dat hij sinds 2004 verricht voor het Rotterdams Conservatorium. Doel is het verbeteren van mentale en fysieke voorwaarden voor het musiceren, door het scheppen van een goede balans tussen het uitvoeren van repertoire, improviseren en componeren, met behulp van onderzoek en analyse. Onder meer vindt onderzoek plaats naar vernieuwing van het vocabulaire voor improvisatie en compositie. In het kader hiervan schreef hij Ways of Intensity, composities voor piano die zijn gebaseerd op improvisaties.
In zijn lezing komt onder meer het volgende aan de orde:
vernieuwing van het vocabulaire voor improvisatie en compositie als component van onderzoek in het curriculum van het Rotterdams Conservatorium
zijn manier van pianospelen, die ontwikkeld is vanuit improvisatie
(naar aanleiding van een inspirerend verzoek van Christo Lelie) een poging om The Art of Doing Nothing geschikt te maken voor kinderen. Onschuld en naïeve speelvreugde zijn dikwijls ver te zoeken in 20e eeuwse muziek. Is het mogelijk de draad van de 18e eeuw weer op te pakken, mede door onderzoek naar niet-Westerse muziek?
(voorbeelden aan de piano) de rolling wrist technique (een manier om vloeiende clusters te spelen en microtonen te suggereren), het spelen van complexe ritmische patronen met de linkerhand en een afsluitende improvisatie.
12.15 - 13.40 Lunchpauze
13.40 - 14.55 Vincent de Leur (Yamaha Keys 4 Music)
Anne 't Hart, Corien van den Berg, Mariëtte Bos (Lesmethodes)
YAMAHA Keys 4 Music, een unieke piano methode
Enige jaren geleden heeft David Andruss, geboren in de VS en al meer dan 11 jaar wonend en werkend in Fulda (Duitsland) in opdracht van YAMAHA Music Education een nieuwe method geschreven voor piano (toetsen). David Andruss werkt zelf al jaren op een YAMAHA Muziekschool en weet derhalve hoe belangrijk groepsonderwijs is binnen een zelfstandige (niet gesubsidieerde) muziekschool als de Yamaha muziekschool.
Als docent heeft hij vanuit de praktijk een methode gemaakt die gebaseerd is op het principe van de tetrachord: elke toonladder bestaat uit twee tetrachorden. Als men weet uit welke tetrachorden een bepaalde toonladder (toonsoort) is opgebouwd kan men 'eenvoudig' in alle toonsoorten spelen. De leerlingen zijn dan ook in staat om binnen een jaar in elke toonsoort te lezen en te spelen, zelfs transponerend lezen. Doordat begrip van de muziek bovenaan staat en de leerling leert hoe een muziekstuk is opgebouwd kan hij de muziek benaderen vanuit een 'relatief' notenbeeld.
De Methode Keys 4 Music wordt in Nederland sinds twee jaar gebruikt. De muziekschool in Veldhoven (een samenwerkingspartner van Yamaha in Nederland) geeft nu bijna twee jaar deze methode. Docent Evert Mostert is er erg tevreden mee. Leerlingen hebben doorgaans in een groep (ongeveer 4 leerlingen) les en spelen heel erg veel samen.
Elke Yamaha methodiek kent verschillende didactische werkvormen voor het zogenaamde 'open groepsonderwijs' waarbinnen de leerlingen met elkaar en van elkaar leren. Dat in tegenstelling tot de meestal voorkomende schijngroepsles waarbinnen de leerling van een deel van de tijd les krijgt en de anderen 'erbij zitten en er naar kijken'. Samenspel vanaf het begin is zeer belangrijk voor de motivatie van de leerling. De methode Keys 4 Music is uitermate geschikt voor groepsonderwijs maar kan uiteraard ook in een één op één situatie worden gebruikt. De methode wordt vergezeld van Midi-files en een CD met begeleidingen.
Vincent de Leur heeft zang en schoolmuziek gestudeerd en is als manager Music Education van YAMAHA Benelux sinds 5 jaar verantwoordelijk voor het YAMAHA muziekonderwijs.
Weblink: www.yamaha.nl
Methode: een leerwijze voor leerling of leraar?
We zijn bijna allemaal als aankomend pianist opgegroeid aan de hand van een methode, al dan niet aan de hand van een docent of als autodidact. Nu richten we onze aandacht en energie als docent op de nieuwe generatie pianisten. Gebruiken wij daarbij een methode? En zo ja, welke? Hoe lang al? En waarom? Bestaan er eigenlijk goede en slechte, ouderwetse of moderne? Is er een methode die voor iedereen geschikt is? Vraagt de individuele les een andere methode dan de groepsles?
Toen we elkaar als collega's in Nunspeet 6 jaar geleden ontmoetten, stelden we ons dit soort vragen. Wij, Anne, Corien, Elly, Mariëtte en Otto, besloten bij elkaar te blijven om nader onderzoek te doen.
Als werkgroep beginnersmethoden zijn wij sindsdien bezig een overzicht te maken van een aantal methodes die ter vergelijk met elkaar worden beoordeeld. Hoe vind je de weg in het doolhof van al die methodes? Kun je de een met de ander combineren? Of overstappen van je geijkte naar een voor jou onbekende?
14.55 - 15.10 Korte Pauze
15.10 - 16.25 Frank van de Laar
Parels van zelfcensuur: de Lieder ohne Worte van Mendelssohn
Al direct na het verschijnen van de eerste bundel in 1832 genoten de Lieder ohne Wortevan Mendelssohn een ongekende populariteit. In heel Europa verscheen dit album, al dan niet in bizarre bewerking, op de piano's en salontafels van iedere zichzelf respecterende muziekminnaar. Maar ook grote solisten als Clara Schumann behaalde grote triomfen met deze pianistische juweeltjes.
Mendelssohn's houding zelf echter was op zijn minst zeer ambivalent te noemen ten opzichte van zijn Lieder ohne Worte (een titel waar hij sowieso al veel moeite mee had). Zoals trouwens vele van zijn pianocomposities ontstonden uit een soort haat-liefde verhouding met het schrijven voor dit instrument. Voer voor psychologen?
In deze lezing zal Frank van de Laar verder ingaan op de somtijds obsessieve hang naar vakmanschap, stijlzuiverheid en natuurlijkheid die zijn creatieve ontboezemingen schijnbaar in een wurggreep houden.
De Lieder, deze schatkamer aan pianistische en zeker ook melodische inventiviteit, worden daarnaast onder de loep genomen aan de hand van hun talrijke pianistische karakteristieken, stijlfiguren en technische patronen,waarbij welhaast vanzelf een verbinding wordt gelegd naar de educatieve aspecten. Tenslotte zal in de vorm van een mini-recital een doorsnede ten gehore worden gebracht van acht boeken Lieder ohne Worte.
Frank van de Laar (1965) ontving zijn eerste pianolessen bij Robert Hemmen aan de muziekschool te Hilversum. Hij behaalde zijn diploma aan het Amsterdamse Sweelinck Conservatorium met de hoogst dekbare onderscheiding onder de bezielende leiding van Jan Wijn. Daarna volgden nog enkele jaren studie bij Naum Grubert en in Hannover bij Karl-Heiz Kämmerling. Hij sleepte diverse prijzen in de wacht (Brahmsconcours, Jaques Vonkprijs, Postbank-Sweelinckprijs, Slovak Musiccritics Prize etc.) en concerteerde in talloze grote muziekcentra en festivals in Europa, Amerika en Azië. Bovendien is hij een zeer actief kamermuziekspeler. Er verschenen meer dan 20 c.d.'s van zijn hand o.m. met werken van Chopin, Schubert (sonates) en Mendelssohn (Lieder ohne Worte). Hij is als hoofdvakdocent verbonden aan de conservatoria van Arnhem en Zwolle.
16.25 - 17.00 Theepauze
17.00 - 18.15 Algemene Ledenvergadering
18.15 - 20.00 Diner
20.00 - 22.00 Dorothée Wortelboer
Hoe snel is een gigue? - een kleine, praktische exploratie van dansvormen in de 18e eeuw.
In deze workshop zal deelnemers de gelegenheid worden geboden om aan den lijve te ondervinden hoe bijvoorbeeld een menuet werd gedanst - en welke gevolgen dat heeft voor het spelen van een menuet. De ervaring is, dat het muzikale leven na zo'n workshop nooit meer hetzelfde is - en uiteraard beter! Danservaring is niet nodig, het lijf voelt toch wel, ook als de voeten nog niet helemaal willen. Indien de op deze avond beschikbare tijd het toelaat, zal Dorothée Wortelboer ook enkele dansvormen (of fragmenten uit bestaande barokke choreografieën) demonstreren, mogelijk begeleid door een van de aanwezige pianisten.
Dorothée Wortelboer specialiseerde zich na een klassieke balletopleiding in renaissance- en barokdans; aanvankelijk in Nederland bij Conrad van de Weetering, later bij diverse buitenlandse docenten. Voor diverse producties van historisch muziektheater verzorgde zij de dansresearch, -reconstructie en choreografie en werkte daaraan ook als uitvoerend danseres mee. In Utrecht richtte zij in 1988 het ensemble Folia op, dat diverse binnen- en buitenlandse producties met bekende barokmusici op haar naam heeft staan. Sinds 1994 leidt zij ook de amateurdansgroep Fiori di Folia, waarmee zij onder andere diverse theatrale producties uitvoerde. Dorothée Wortelboer publiceerde artikelen over historische dans in diverse muziek- en danstijdschriften in Nederland en Duitsland.
In 1996 produceerde zij in samenwerking met het Lacrimae Ensemble een cd met dansmuziek uit het einde van de 16e eeuw. De cd en het bijbehorende, door haar geschreven boek over 16e-eeuwse dans, genieten een wereldwijde verspreiding. In 2002 produceerde zij met Accademia Amsterdam een cd met muziek voor dansen uit de Franse barok. In 2004 volgden een derde cd en dansboek La Baroque, een prachtige productie rond het dansrepertoire van het stadhouderlijk Hof in Den Haag rond 1760.
Dorothée Wortelboer geeft regelmatig workshops en (zomer)cursussen, in binnen- en buitenland.
Internet: www.foliadance.net
Zondag 18 november 2007
10.00 - 11.00 Albert Brussee
Een onbekende klaviersonate van C.P.E. Bach
In 1736 componeerde Carl Philipp Emanuel Bach (1714-1788) een klaviersonate in Es-groot, waarvan zijn moeder, Anna Magdalena Bach, het eerste deel kennelijk zo aardig vond, dat ze dat onder de naam Solo per il Cembalo in haar 'Klavierbüchlein' opnam. Later, in 1744, reviseerde de toen volwassen componist, die zijn prachtige Preussischen Sonaten (1742) reeds geschreven had, dit jeugdwerk. Het opgewekte eerste deel in Allegro moderato-tempo werd ingrijpend gewijzigd. Zoals dat een in sonatevorm geschreven werk betaamt, werd het tweede thema duidelijker geprofileerd en de doorwerking sterk uitgebreid. Het tweede deel van de sonate, in eerste aanleg een eenvoudige Siciliano, werd vervangen door een Andante van grote cantabiliteit; aan het slot is er plaats voor een kort cadens. Het derde deel, een guitig Vivace in 6/8-maat, bleef in wezen behouden, maar werd door een meer virtuoze klavierbehandeling en een sterk uitgewerkte dynamiek verlevendigd.
Albert Brussee, vele jaren secretaris van EPTA-Nederland en sinds 1997 voorzitter van het bestuur van het EPTA Documentatie Centrum, heeft beide versies van deze sonate op basis van afschriften uit Berlijn, Gotha, Krakau en Brussel uitgegeven. Hij zal de tot stand koming van deze editie kort toelichten en beide versies, die nog niet eerder gedrukt, laat staan uitgevoerd werden, laten horen. Albert Brussee studeerde aan het Muzieklyceum te Amsterdam bij Jaap Spaanderman, Danielle Dechenne en Ton Hartsuiker voor moderne muziek en sloot zijn studie in 1974 af met de Prix d'Excellence. Hij geeft recitals, lecture-recitals en lezingen, maar is daarnaast ook als schrijver, componist en uitgever actief.
11.00 - 11.35 Koffiepauze
11.35 - 12.45 Geert Dhondt
"Klank zoekt Beeld"
Hoe beeldende kunst de pianist van dienst kan zijn
Valt het u ook op dat er soms opvallende gelijkenissen zijn tussen verschillende kunstuitingen (muziek, literatuur, beeldende kunsten, etc.) uit verwante stijlperiodes? Bovendien wordt vaak, om een en ander te verklaren of te verduidelijken, terminologie overgezet van één domein naar een ander, hetzij om parallellen bloot te leggen, hetzij ter illustratie van contrasten.
Het 'trompe l'oeil' uit de barokschilderkunst vinden we terug in sommige barokmuziek. De drang naar abstracte vormgeving bij Kandinsky, merken we ook in sommige muziek van Schönberg. En zowel Picasso als Stravinsky maken gebruik van collage- en montage-technieken in sommige van hun werken.
Van een musicus/pianist wordt verwacht dat hij zich handig beweegt in maar liefst vierhonderd jaar muziek! Inzicht in het gespeelde repertoire wordt als een evidentie beschouwd, maar dat is het geenszins.
Aan de hand van een virtuele tentoonstelling gaan we na hoe een beter stijlbegrip van beeldende kunst voor de musicus dienstig kan zijn. Daarbij focussen we ondermeer op raakvlakken en verschillen.
Geert Dhondt (Gent, 1966) studeerde aan het Koninklijk Conservatorium van Gent bij Claude Coppens en behaalde er eerste prijzen, o.m. voor piano, kamermuziek, harmonie, contrapunt, fuga en praktische harmonie. Vanuit zijn interesse om muziek in een bredere context te kunnen plaatsen, studeerde hij daarnaast, deels gelijktijdig, kunstgeschiedenis (Universiteit Gent) en musicologie (Sorbonne Paris IV). Hij specialiseerde zich als basklarinettist aan het Rotterdams Conservatorium bij Henri Bok en zag zijn instrumentstudies bekroond met het solistendiploma Uitvoerend Musicus. In 2002 promoveerde hij aan de Universiteit Gent tot doctor in de kunstwetenschappen
Sedert 1992 is hij verbonden aan het Conservatorium van de Hogeschool Gent als docent muziekanalyse en onderzoeksmethodiek, en sinds 2005 is hij er voorzitter van het Steunpunt Onderzoek. Sinds 1994 is hij directeur van de Stedelijke Academie voor Muziek, Woord en Dans van Deinze, een academie met negentienhonderd leerlingen.
Als basklarinettist legde hij zich hoofdzakelijk toe op de uitvoering van instrumentale kamermuziek. Hij werd laureaat van verschillende wedstrijden voor hedendaagse muziek en samen met o.m. het SPECTRA ensemble musiceerde hij in Europa en Zuid-Amerika op heel wat internationale festivals. Hij creëerde tientallen werken, al dan niet speciaal voor hem of voor een van zijn ensembles gecomponeerd. Als pianist was hij meer dan 10 jaar improvisator in de Laterna Magica Galanthee Show met optredens in België en al zijn buurlanden.
12.45 - 14.05 Lunchpauze
14.05 - 15.15 Marijk Greweldinger
Kunnen we nu dan beginnen!! (de pre- instrumentale fase)
Marijk Greweldinger (1959) volgde de opleiding voor kleuterleidsters in Maastricht en Schoolmuziek B aan het conservatorium aldaar. Van 1983 tot 2001 gaf zij les aan de muziekschool in Maastricht.
In deze periode ontwikkelde zij de methode Jonge kinderen spelen met muziek voor kinderen van 2,5 tot 7 jaar, bedoeld als fase voorafgaande aan een instrumentale studie. In 2003 heeft zij, samen met de musicus Edward Berden, de organisatie voor kunst en cultuur educatie Het Brede Spoor opgericht.
In Het Trappenhuis, de werkplaats van Het Brede Spoor, komen wekelijks 150 kinderen die werken en spelen volgens het idee Onderste Boven, Binnenste Buiten en Achterste Voren". Dit idee is als het ware een verdere ontwikkeling van Jonge kinderen spelen met muziek. De achterliggende gedachte van deze leerlijn is associëren in de breedte. Kinderen spelen associërend en improviserend met de taal van het woord, de muziek, beweging en het beeld. Op deze manier vullen ze een denkbeeldige rugzak met ervaringen rond o.a muziek en kunst. Het receptief bezig zijn met taal, muziek, beweging een beeld is een ingang en een vertrekpunt om uitgedaagd en geprikkeld te worden om zelf actief met o.a muziek te zijn.
Elk onderwerp daagt uit om vanuit een scala van verschillende invalshoeken te spelen. Kinderen ontdekken hun eigen sterke vanzelfsprekende kanten maar ervaren ook waar hun zwakheid hen beperkt. Vervolgens werkt de gevarieerde aanpak positief op de nog te stimuleren kanten. Associëren en improviseren maakt creatief, nieuwsgierig, daagt uit, maakt communicatief, werkt stimulerend, maakt actief en helder.
Jonge kinderen leren langs de lijnen van hun zintuigen en hun motorische vaardigheden en het spelen in de breedte van hun spel. Kinderen van 0 tot ongeveer 7 jaar kiezen vanuit hun zintuigen de dingen die bij hen passen. Dus eventueel ook een instrument.
Voordat kinderen een instrumentale keuze maken moeten ze eerst ervaren en leren wat muziek is. Muziek is meer dan alleen die ene toets of die ene noot. Je moet bewust zijn van je oren, een toonvoorstelling ontwikkelen, de parameters, hoog, laag, hard, zacht, kort, lang, snel, langzaam herkennen en kunnen gebruiken. Je moet ervaren wat samenspel is. Ook moet je ervaren dat een muziekstudie, ook voor amateurs, een proces is waar je voor moet oefenen.
Het Brede Spoor heeft een goede samenwerking met o.a Het Limburgs Symfonie Orkest en met muziek docenten, waaronder veel piano docenten, in de omgeving van Maastricht. Deze samenwerking komt de muzikale ontwikkeling van de kinderen zeer ten goede.
De kinderen die uiteindelijk kiezen voor piano gaan beter voorbereid naar hun lessen en meestal blijven deze kinderen het muzikale proces voor hun leven trouw.
De klassieke muziek moet gesteund worden en de kinderen van onze tijd moeten de kans geboden worden te ervaren hoe fijn het is om met deze taal je leven te verrijken.
15.15 - 15.50 Theepauze
15.50 - 17.00 Marcel Worms
'Música Callada' van Federico Mompou: een muzikale wereld van magie en verstilling
Federico Mompou (1893-1987) is een van die componisten, die zich tamelijk onopvallend beweegt in de marge van de grote stromingen in de twintigste-eeuwse muziek. Hij heeft geen school gemaakt en heeft zich nauwelijks ingespannen om zijn uiterst persoonlijke en herkenbare muziek een bredere bekendheid te geven. Met een minimum aan middelen wist Mompou een maximum aan expressie te bereiken, waarbij hij geen muzikaal systeem volgde maar volledig op zijn intuïtie vertrouwde. Zijn opus magnum is zonder meer de 'Música Callada', een cyclus, bestaande uit 4 boeken en 28 deeltjes, gecomponeerd tussen 1959 en 1967, met een lengte van ongeveer een uur. Aan dit werk ligt een gedicht ten grondslag van de Spaanse mysticus San Juan de la Cruz. Aan een strofe daaruit ontleent het zijn titel: 'La música callada, la soledad sonora'. Maar er is meer in 'Música Callada' te horen dan 'klinkende eenzaamheid': ook de klokken uit de gieterij van zijn grootvader, die Mompou als kleine jongen hoorde, komen tot klinken evenals de Catalaanse volksmuziek en de religieuze muziek van deze regio. Het resultaat is een indrukwekkend opus, dat welhaast een Spaanse tegenhanger genoemd kan worden van Messiaens 'Vingt regards'.
Pianist Marcel Worms nam 'Música Callada' op CD op na uitvoerige consultatie in Barcelona van Mompou's weduwe, de onlangs overleden pianiste Carmen Bravo, en van Alicia de Larrocha, aan wie het vierde boek van 'Música Callada' is opgedragen.
Dit jaar is het 20 jaar geleden, dat Mompou in Barcelona overleed en in dat verband voert Marcel Worms in deze periode diens muziek veelvuldig uit. Hoogtepunt zal een driedaags Mompou Festival zijn, dat op 9, 10 en 11 november 2007 in het Bethaniënklooster en de Noorderkerk in Amsterdam zal plaatsvinden.
Marcel Worms zal zijn verhaal uiteraard ook illustreren met een aantal delen uit 'Música Callada', die voor gevorderde amateurs zeker speelbaar zijn. Dat geldt overigens voor veel van de overige pianomuziek van Mompou, die eveneens kort de revue zal passeren.